donsveer
zelfstandig naamwoord ˈdɔnsferBetekenis
- deel van de huidbekleding van vogels, bestaand uit zachte, uitstaande haartjes aan een kern. Donsveren bevinden zich als regel dicht op de huid als warmte-isolatie; ze worden door mensen gebruikt in kussens en dekbedden.
Hoe spreek je donsveer uit?
/ˈdɔnsfer/
Donsveer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| f | fiets |
| e | veel |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- deel van de huidbekleding van vogels, bestaand uit zachte, uitstaande haartjes aan een kern Donsveren bevinden zich als regel dicht op de huid als warmte-isolatie; ze worden door mensen gebruikt in kussens en dekbedden.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| donsveertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| donsveertjes | verkleinwoord, meervoud |
| donsveren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dons zn en veer zn
Woordfamilie van donsveer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| donsveertje | verkleinwoord | donsveer |
| donsveertjes | verkleinwoord meervoud | donsveer |
| donsveren | meervoud | donsveer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van donsveer zijn vastgelegd.