doffen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- slaan, klappen geven
Vervoeging van doffen
doffenhele werkwoord — dofteverleden tijd enkelvoud — doftenverleden tijd meervoud — gedoftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dof | dofte |
| jij | doft | dofte |
| hij, zij, het | doft | dofte |
| wij | doffen | doften |
| jullie | doffen | doften |
| zij | doffen | doften |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dof | gebiedende wijs |
| doffe | aanvoegende wijs |
| doffend | onvoltooid, deelwoord |
| dofte | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedoft | verleden tijd, deelwoord |
| gedoft te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoft zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedoft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedoft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedoft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedoft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedoft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedoft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedoft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedoft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedoft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedoft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedoft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedoft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedoft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedoft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou doffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedoft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedoft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedoft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedoft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedoft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dof
Herkomst
afgeleid van dof met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van doffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doffend | onvoltooid deelwoord | doffen |
| doffende | woordvorm | doffen |
| dofte | verleden tijd | doffen |
| gedoft | voltooid deelwoord | doffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doffen zijn vastgelegd.