doffer
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een mannetjesduif
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doffers | meervoud |
| doffertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doffertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van dof
Herkomst
In de betekenis van ‘mannetjesduif’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van doffer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doffertje | verkleinwoord | doffer |
| doffertjes | verkleinwoord meervoud | doffer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doffer zijn vastgelegd.