Naar de inhoud

dispenseren

vrijgeven, uitdelen, distribueren

dispenseren

werkwoord

Betekenis

  1. vrijgeven, uitdelen, distribueren
  2. schikken

Vervoeging van dispenseren

dispenserenhele werkwoord — dispenseerdeverleden tijd enkelvoud — dispenseerdenverleden tijd meervoud — gedispenseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dispenseer dispenseerde
jij dispenseert dispenseerde
hij, zij, het dispenseert dispenseerde
wij dispenseren dispenseerden
jullie dispenseren dispenseerden
zij dispenseren dispenseerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dispenseer gebiedende wijs
dispenseerde verleden tijd
dispensere aanvoegende wijs
dispenserend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedispenseerd verleden tijd, deelwoord
gedispenseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedispenseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedispenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedispenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedispenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedispenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedispenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedispenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedispenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedispenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedispenseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedispenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedispenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedispenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedispenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedispenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedispenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dispenseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedispenseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dispenseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedispenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedispenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedispenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedispenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedispenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedispenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedispenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedispenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedispenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedispenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dispenseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedispenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedispenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedispenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dispenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedispenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrijstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1672

Woordfamilie van dispenseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dispenseer gebiedende wijs dispenseren
dispenseerde verleden tijd dispenseren
dispenseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dispenseren
dispenseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dispenseren
dispensere aanvoegende wijs dispenseren
dispenserend onvoltooid deelwoord dispenseren
dispenserende woordvorm dispenseren
gedispenseerd voltooid deelwoord dispenseren
gedispenseerde woordvorm dispenseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dispenseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over dispenseren

Wat betekent dispenseren?
Dispenseren is een werkwoord. Het woord betekent: vrijgeven, uitdelen, distribueren. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dispenseren?
Je vervoegt dispenseren als volgt: de tegenwoordige tijd is dispenseer, de verleden tijd is dispenseerde en het voltooid deelwoord is gedispenseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dispenseren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dispenseren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. S 2
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dispenseren in het kort

dispenseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dispenseren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dispenseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dispenseren: vrijgeven, uitdelen, distribueren
Deel dispenseren — standaardnederlands.nl