dieselmotor
zelfstandig naamwoord ˈdizəlˌmotɔrBetekenis
- motor, aangedreven door gasolie die fijn verdeeld in de cilinders gespoten wordt, waar zij door hoge druk en hoge temperatuur vanzelf ontbrandt
Hoe spreek je dieselmotor uit?
/ˈdizəlˌmotɔr/
Dieselmotor bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| z | zon |
| ə | de |
| l | land |
| m | maan |
| o | boot |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- door gasolie aangedreven motor die fijn verdeeld in de cilinders gespoten wordt, waar zij door hoge druk en hoge temperatuur vanzelf ontbrandt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dieselmotoren, dieselmotors | meervoud |
| dieselmotortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dieselmotortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Duits Dieselmotor een eponiem dat verwijst naar de 19e eeuwse Duitse uitvinder R. Diesel , oorspronkelijk een samenstelling van Diesel en en motor zn , geschreven met een kleine letter volgens spellingregel 16.D, tegenwoordig ook op te vatten als samenstelling van diesel zn en motor zn ; in de betekenis van ‘door gasolie aangedreven motor’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Woordfamilie van dieselmotor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dieselmotoren | meervoud | dieselmotor |
| dieselmotors | meervoud | dieselmotor |
| dieselmotortje | verkleinwoord | dieselmotor |
| dieselmotortjes | verkleinwoord meervoud | dieselmotor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dieselmotor zijn vastgelegd.