bouwpromotor
zelfstandig naamwoord ˈbɑuproˌmotɔrBetekenis
- (Belgisch Nederlands) een persoon of bedrijf dat betrokken is bij de bouw van grote projecten zoals winkelcentra, kantoorgebouwen en woonwijken
Hoe spreek je bouwpromotor uit?
/ˈbɑuproˌmotɔr/
Bouwpromotor bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑu | koud |
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een persoon of bedrijf dat betrokken is bij de bouw van grote projecten zoals winkelcentra, kantoorgebouwen en woonwijken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwpromotoren | meervoud |
| bouwpromotors | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw en promotor
Woordfamilie van bouwpromotor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwpromotoren | meervoud | bouwpromotor |
| bouwpromotors | meervoud | bouwpromotor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwpromotor zijn vastgelegd.