promotor
zelfstandig naamwoord /pro'motɔr/Betekenis
- iemand die ergens een warm voorstander van is en probeert dat te stimuleren
- iemand die iets aanprijst
- hoogleraar die verantwoordelijk is voor de begeleiding van een doctorandus die een proefschrift schrijft
Hoe spreek je promotor uit?
/proˈmotɔr/
Promotor bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 3. (promotores) * | meervoud |
| promotoren | meervoud |
| promotors | meervoud |
Herkomst
van middeleeuws Latijn promotor, in de betekenis van ‘die een doctorandus begeleidt voor zijn promotie’ aangetroffen vanaf 1631 **[1], [2] op te vatten als afleiding van promoten ww met het achtervoegsel -tor
Woordfamilie van promotor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| promotoren | meervoud | promotor |
| promotores | meervoud | promotor |
| promotors | meervoud | promotor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van promotor zijn vastgelegd.