rotor
zelfstandig naamwoord ˈrotɔrBetekenis
- draaiend anker in een elektromotor of dynamo
- horizontale schroef van een helikopter
- aandrijfmechanisme voor schepen, bestaande uit een verticale, draaiende cilinder die door de werking van de winddruk stuwkracht oplevert
- schoepenwiel van een turbine
Hoe spreek je rotor uit?
/ˈrotɔr/
Rotor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rotoren | meervoud |
| rotors | meervoud |
Herkomst
leenwoord uit het modern Latijn afgeleid van rotare "draaien" met het achtervoegsel -tor ** in betekenis "draaiend onderdeel" aangetroffen vanaf 1901; ** in de betekenis van "schroef" aangetroffen vanaf 1907 ** in betekenis "schoepenwiel" aangetroffen vanaf 1906
Woordfamilie van rotor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rotoren | meervoud | rotor |
| rotors | meervoud | rotor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rotor zijn vastgelegd.