dienst
zelfstandig naamwoord, bijwoord dinstBetekenis
- bepaalde vorm van hulpverlening, bijstand of assistentie
- een eenheid voor werktijd, zoals bij ploegendienst
- een dienstverlenende instantie, vaak als onderdeel van een overkoepelende organisatie
- een economisch product (goed) in niet-fysieke vorm
- kerkdienst, een godsdienstoefening
- dienstplicht, het ingevolge van de opkomstplicht verplicht dienen van een militair (historisch in Nederland)
- militaire ~, het vrijwillig dienen van een beroepsmilitair
Hoe spreek je dienst uit?
/dinst/
Dienst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- in ~ zijn van: een aanstelling hebben bij een bedrijf of andere organisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diensten | meervoud |
| dienstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dienstjes | verkleinwoord, meervoud |
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘het dienen’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Woordfamilie van dienst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dienste | masculine | dienst |
| diensten | meervoud | dienst |
| dienstje | verkleinwoord | dienst |
| dienstjes | verkleinwoord meervoud | dienst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dienst zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- dienstauto
- dienstbaar
- dienstbetoon
- dienstbetrekking
- dienstbevel
- dienstbode
- dienstdoen
- dienstdoend
- dienstencheque
- dienstensector
- dienstfiets
- diensthoofd
- dienstig
- dienstingang
- dienstjaar
- dienstklopper
- dienstknecht
- dienstmaagd
- dienstmededeling
- dienstmeid
- dienstmeisje
- dienstpet
- dienstpistool
- dienstplicht