zondagsdienst
zelfstandig naamwoord ˈzɔndɑxsˌdinstBetekenis
- kerkdienst op zondag
- werk op zondag
- dienstregeling (van schepen, treinen etc.) op zondag
Hoe spreek je zondagsdienst uit?
/ˈzɔndɑxsˌdinst/
Zondagsdienst bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zondagsdiensten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zondag en dienst met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zondagsdienst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zondagsdiensten | meervoud | zondagsdienst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zondagsdienst zijn vastgelegd.