Naar de inhoud

dienen

iemand ~: werken voor; in dienst zijn van

dienen

werkwoord /ˈdinən/

Betekenis

  1. iemand ~: werken voor; in dienst zijn van
  2. ~ voor: van nut zijn
  3. behoren, moeten
  4. werken in het leger
  5. iets eigenlijk moeten doen

Hoe spreek je dienen uit?

/ˈdinən/

Dienen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdinən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
i riet
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van dienen

dienenhele werkwoord — diendeverleden tijd enkelvoud — diendenverleden tijd meervoud — gediendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dien diende
jij dient diende
hij, zij, het dient diende
wij dienen dienden
jullie dienen dienden
zij dienen dienden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dien gebiedende wijs
diende verleden tijd
diene aanvoegende wijs
dienend onvoltooid, deelwoord
er is gediend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gediend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gediend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gediend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gediend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gediend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gediend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gediend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gediend verleden tijd, deelwoord
gediend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gediend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gediend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gediend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gediend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gediend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gediend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gediend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gediend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gediend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gediend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dienen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gediend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dienen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dienen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dienen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gediend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gediend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gediend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gediend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gediend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dienen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dienen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dienen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gediend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gediend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gediend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gediend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dienen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dienen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dienen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gediend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gediend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gediend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gediend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dienen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dienen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dienen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dienen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gediend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gediend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gediend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gediend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gediend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gediend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dienen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gediend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gediend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘geschikt of dienstig zijn, functie vervullen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Woordfamilie van dienen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
diende verleden tijd dienen
dienden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dienen
diene aanvoegende wijs dienen
dient aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dienen
gediend voltooid deelwoord dienen
gediende woordvorm dienen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dienen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over dienen

Hoe spreek je dienen uit?
De uitspraak van dienen is: /ˈdinən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent dienen?
Dienen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand ~: werken voor; in dienst zijn van. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dienen?
Je vervoegt dienen als volgt: de tegenwoordige tijd is dien, de verleden tijd is diende en het voltooid deelwoord is gediend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op dienen?

Op dienen rijmen 7 woorden, onder andere bedienen, fascinen en fosfinen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op dienen, uitspraak ˈdinən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bedienen 3
fascinen 3
fosfinen 3
getienen 3
gezeventienen 5
piscinen 3
polyolefinen 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dienen is 7 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 7 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dienen levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 36 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. E 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 zonder bonus
  8. 36 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dienen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dienen in het kort

dienen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dienen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dienen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dienen: iemand ~: werken voor; in dienst zijn van
Deel dienen — standaardnederlands.nl