dienen
werkwoord /ˈdinən/Betekenis
- iemand ~: werken voor; in dienst zijn van
- ~ voor: van nut zijn
- behoren, moeten
- werken in het leger
- iets eigenlijk moeten doen
Hoe spreek je dienen uit?
/ˈdinən/
Dienen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dienen
dienenhele werkwoord — diendeverleden tijd enkelvoud — diendenverleden tijd meervoud — gediendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dien | diende |
| jij | dient | diende |
| hij, zij, het | dient | diende |
| wij | dienen | dienden |
| jullie | dienen | dienden |
| zij | dienen | dienden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dien | gebiedende wijs |
| diende | verleden tijd |
| diene | aanvoegende wijs |
| dienend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gediend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gediend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gediend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gediend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gediend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gediend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gediend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gediend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gediend | verleden tijd, deelwoord |
| gediend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gediend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gediend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gediend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gediend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gediend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gediend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gediend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gediend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gediend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gediend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dienen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gediend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gediend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gediend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gediend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gediend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gediend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gediend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gediend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gediend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gediend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gediend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘geschikt of dienstig zijn, functie vervullen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van dienen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diende | verleden tijd | dienen |
| dienden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dienen |
| diene | aanvoegende wijs | dienen |
| dient | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dienen |
| gediend | voltooid deelwoord | dienen |
| gediende | woordvorm | dienen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dienen zijn vastgelegd.