bedienen
werkwoord /bəˈdinə(n)/Betekenis
- eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
- het laten werken van machines
Hoe spreek je bedienen uit?
/bəˈdinən/
Bedienen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bedienen
bedienenhele werkwoord — bediendeverleden tijd enkelvoud — bediendenverleden tijd meervoud — bediendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedien | bediende |
| jij | bedient | bediende |
| hij, zij, het | bedient | bediende |
| wij | bedienen | bedienden |
| jullie | bedienen | bedienden |
| zij | bedienen | bedienden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bedien | gebiedende wijs |
| bedien me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedien u/je , bedient je | gebiedende wijs |
| bediend | verleden tijd, deelwoord |
| bediend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bediend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bediend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bediend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bediend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bediend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bediend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bediend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bediend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bediend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bediende | verleden tijd |
| bediende je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bediende me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bediende u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bediende u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bediende zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bediende zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bediende zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedienden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedienden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedienden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| bediene | aanvoegende wijs |
| bediene zich | aanvoegende wijs |
| bedienen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedienen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedienen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedienend | onvoltooid, deelwoord |
| bedient je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedient u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedient u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedient zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedient zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedient zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ben bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bediend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bediend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bediend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bediend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bediend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bediend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bediend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bediend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bediend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedienen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bediend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bediend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bediend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bediend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bediend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me bedienen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich bedienen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je bedienen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich bediend hebben | verleden tijd |
| zich bedienend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedienen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bediend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bediend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
afgeleid van dienen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bedienen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedien | gebiedende wijs | bedienen |
| bediene | aanvoegende wijs | bedienen |
| bedient | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedienen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedienen zijn vastgelegd.