Naar de inhoud

dichttrekken

(van de lucht) helemaal met wolken of mist bedekt worden

dichttrekken

werkwoord

Betekenis

  1. (van de lucht) helemaal met wolken of mist bedekt worden

werkwoord

  1. helemaal met wolken of mist bedekt worden ergative
  2. door trekken sluiten transitive

Vervoeging van dichttrekken

dichttrekkenhele werkwoord — trok dichtverleden tijd enkelvoud — trokken dichtverleden tijd meervoud — dichtgetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek dicht trok dicht
jij trekt dicht trok dicht
hij, zij, het trekt dicht trok dicht
wij trekken dicht trokken dicht
jullie trekken dicht trokken dicht
zij trekken dicht trokken dicht
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dicht te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dicht te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dicht zal trekken bijzin, toekomende tijd
dicht zou trekken bijzin, voorwaardelijk
dicht zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
dicht zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
dicht zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dicht zullen trekken bijzin, toekomende tijd
dicht zult trekken bijzin, toekomende tijd
dichtgetrokken verleden tijd, deelwoord
dichtgetrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dichtgetrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dichtgetrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgetrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgetrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgetrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
dichtgetrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
dichtgetrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichtgetrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichtgetrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichttrek bijzin, tegenwoordige tijd
dichttrekkend onvoltooid, deelwoord
dichttrekt bijzin, tegenwoordige tijd
dichttrok bijzin, verleden tijd
dichttrokken bijzin, verleden tijd
er is dichtgetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was dichtgetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd dichtgetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt dichtgetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal dichtgetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal dichtgetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou dichtgetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou dichtgetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben dichtgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben dichtgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dichttrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek dicht gebiedende wijs
trok dicht verleden tijd
waart dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was dichtgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt dichtgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dichtgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal dichtgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal dichtgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal dichttrekken bijzin, toekomende tijd
zijn dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt dichtgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dichtgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou dichttrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) dichttrekken dicht zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden dichtgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden dichtgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden dichtgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichtgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden dichtgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden dichtgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden dichttrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt dichtgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichtgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt dichttrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen dichtgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen dichtgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen dichtgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dichtgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichtgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen dichtgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen dichtgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichttrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dichttrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen dichttrekken bijzin, toekomende tijd
zult dichtgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van dicht en trekken

Woordfamilie van dichttrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dichtgetrokken voltooid deelwoord dichttrekken
dichttrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichttrekken
dichttrekke with-subordinate-clause dichttrekken
dichttrekkend onvoltooid deelwoord dichttrekken
dichttrekkende woordvorm dichttrekken
dichttrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichttrekken
dichttrok subordinate-clause, verleden tijd dichttrekken
dichttrokken subordinate-clause, verleden tijd dichttrekken
trek dicht gebiedende wijs dichttrekken
trekke dicht woordvorm dichttrekken
trekken dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon dichttrekken
trekt dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dichttrekken
trok dicht verleden tijd dichttrekken
trokken dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dichttrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dichttrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dichttrekken

Wat betekent dichttrekken?
Dichttrekken is een werkwoord. Het woord betekent: (van de lucht) helemaal met wolken of mist bedekt worden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dichttrekken?
Je vervoegt dichttrekken als volgt: het voltooid deelwoord is dichtgetrokken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dichttrekken is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. T 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dichttrekken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. T 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 zonder bonus
  14. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dichttrekken in het kort

dichttrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dichttrekken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dichttrekken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dichttrekken: (van de lucht) helemaal met wolken of mist bedekt worden
Deel dichttrekken — standaardnederlands.nl