Naar de inhoud

dichttimmeren

deuren of ramen met planken afsluiten

dichttimmeren

werkwoord

Betekenis

  1. deuren of ramen met planken afsluiten

Vervoeging van dichttimmeren

dichttimmerenhele werkwoord — timmerde dichtverleden tijd enkelvoud — timmerden dichtverleden tijd meervoud — dichtgetimmerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik timmer dicht timmerde dicht
jij timmert dicht timmerde dicht
hij, zij, het timmert dicht timmerde dicht
wij timmeren dicht timmerden dicht
jullie timmeren dicht timmerden dicht
zij timmeren dicht timmerden dicht
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dicht te timmeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dicht te zullen timmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dicht zal timmeren bijzin, toekomende tijd
dicht zou timmeren bijzin, voorwaardelijk
dicht zouden timmeren bijzin, voorwaardelijk
dicht zoudt timmeren bijzin, voorwaardelijk
dicht zullen timmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dicht zullen timmeren bijzin, toekomende tijd
dicht zult timmeren bijzin, toekomende tijd
dichtgetimmerd verleden tijd, deelwoord
dichtgetimmerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dichtgetimmerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dichtgetimmerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgetimmerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgetimmerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgetimmerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
dichtgetimmerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
dichtgetimmerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichtgetimmerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichtgetimmerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichttimmer bijzin, tegenwoordige tijd
dichttimmerde bijzin, verleden tijd
dichttimmerden bijzin, verleden tijd
dichttimmerend onvoltooid, deelwoord
dichttimmert bijzin, tegenwoordige tijd
er is dichtgetimmerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was dichtgetimmerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd dichtgetimmerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt dichtgetimmerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal dichtgetimmerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal dichtgetimmerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou dichtgetimmerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou dichtgetimmerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben dichtgetimmerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben dichtgetimmerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dichttimmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
timmer dicht gebiedende wijs
timmerde dicht verleden tijd
waart dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was dichtgetimmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt dichtgetimmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dichtgetimmerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgetimmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal dichtgetimmerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal dichtgetimmerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgetimmerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal dichttimmeren bijzin, toekomende tijd
zijn dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt dichtgetimmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dichtgetimmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgetimmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgetimmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgetimmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgetimmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgetimmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou dichttimmeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) dichttimmeren dicht zou(dt) timmeren bijzin, voorwaardelijk
zouden dichtgetimmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden dichtgetimmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden dichtgetimmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichtgetimmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden dichtgetimmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden dichtgetimmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden dichttimmeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt dichtgetimmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichtgetimmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt dichttimmeren bijzin, voorwaardelijk
zullen dichtgetimmerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen dichtgetimmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen dichtgetimmerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dichtgetimmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichtgetimmerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen dichtgetimmerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen dichtgetimmerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichttimmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dichttimmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen dichttimmeren bijzin, toekomende tijd
zult dichtgetimmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van dicht en timmeren

Woordfamilie van dichttimmeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dichtgetimmerd voltooid deelwoord dichttimmeren
dichtgetimmerde woordvorm dichttimmeren
dichttimmer subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichttimmeren
dichttimmerde subordinate-clause, verleden tijd dichttimmeren
dichttimmerden subordinate-clause, verleden tijd dichttimmeren
dichttimmere with-subordinate-clause dichttimmeren
dichttimmerend onvoltooid deelwoord dichttimmeren
dichttimmerende woordvorm dichttimmeren
dichttimmert subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichttimmeren
timmer dicht gebiedende wijs dichttimmeren
timmerde dicht verleden tijd dichttimmeren
timmerden dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dichttimmeren
timmere dicht woordvorm dichttimmeren
timmeren dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon dichttimmeren
timmert dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dichttimmeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dichttimmeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dichttimmeren

Wat betekent dichttimmeren?
Dichttimmeren is een werkwoord. Het woord betekent: deuren of ramen met planken afsluiten.
Hoe vervoeg je dichttimmeren?
Je vervoegt dichttimmeren als volgt: het voltooid deelwoord is dichtgetimmerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dichttimmeren is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. T 2
  7. I 1
  8. M 3
  9. M 3
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dichttimmeren levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. T 2
  7. I 2
  8. M 3
  9. M 3
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 30 zonder bonus
  15. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dichttimmeren in het kort

dichttimmeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van dichttimmeren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dichttimmeren bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dichttimmeren: deuren of ramen met planken afsluiten
Deel dichttimmeren — standaardnederlands.nl