Naar de inhoud

detecteren

iets of iemand zoeken en vinden, het bestaan ontdekken van

detecteren

werkwoord

Betekenis

  1. iets of iemand zoeken en vinden, het bestaan ontdekken van
  2. ergens een signaal van door middel van apparatuur opvangen

Vervoeging van detecteren

detecterenhele werkwoord — detecteerdeverleden tijd enkelvoud — detecteerdenverleden tijd meervoud — gedetecteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik detecteer detecteerde
jij detecteert detecteerde
hij, zij, het detecteert detecteerde
wij detecteren detecteerden
jullie detecteren detecteerden
zij detecteren detecteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
detecteer gebiedende wijs
detecteerde verleden tijd
detectere aanvoegende wijs
detecterend onvoltooid, deelwoord
er is gedetecteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedetecteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedetecteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedetecteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedetecteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedetecteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedetecteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedetecteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedetecteerd verleden tijd, deelwoord
gedetecteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedetecteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedetecteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetecteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetecteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetecteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedetecteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedetecteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedetecteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedetecteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedetecteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedetecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedetecteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedetecteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedetecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedetecteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedetecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedetecteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te detecteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedetecteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen detecteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedetecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedetecteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedetecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedetecteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedetecteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedetecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedetecteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedetecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal detecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal detecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal detecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedetecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedetecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedetecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedetecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou detecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou detecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou detecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedetecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden detecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden detecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden detecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedetecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedetecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedetecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedetecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedetecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedetecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt detecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedetecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedetecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen detecteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen detecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen detecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen detecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedetecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedetecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedetecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedetecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedetecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedetecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult detecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedetecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedetecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedetecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse détecter (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van detecteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
detecteer gebiedende wijs detecteren
detecteerde verleden tijd detecteren
detecteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon detecteren
detecteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon detecteren
detectere aanvoegende wijs detecteren
detecterend onvoltooid deelwoord detecteren
detecterende woordvorm detecteren
gedetecteerd voltooid deelwoord detecteren
gedetecteerde woordvorm detecteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van detecteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over detecteren

Wat betekent detecteren?
Detecteren is een werkwoord. Het woord betekent: iets of iemand zoeken en vinden, het bestaan ontdekken van. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je detecteren?
Je vervoegt detecteren als volgt: de tegenwoordige tijd is detecteer, de verleden tijd is detecteerde en het voltooid deelwoord is gedetecteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord detecteren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. C 5
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

detecteren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. C 5
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

detecteren in het kort

detecteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van detecteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort detecteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

detecteren: iets of iemand zoeken en vinden, het bestaan ontdekken van
Deel detecteren — standaardnederlands.nl