Naar de inhoud

deduceren

met behulp van logische regels uit het algemene afleiden

deduceren

werkwoord

Betekenis

  1. met behulp van logische regels uit het algemene afleiden

Vervoeging van deduceren

deducerenhele werkwoord — deduceerdeverleden tijd enkelvoud — deduceerdenverleden tijd meervoud — gededuceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik deduceer deduceerde
jij deduceert deduceerde
hij, zij, het deduceert deduceerde
wij deduceren deduceerden
jullie deduceren deduceerden
zij deduceren deduceerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
deduceer gebiedende wijs
deduceerde verleden tijd
deducere aanvoegende wijs
deducerend onvoltooid, deelwoord
er is gededuceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gededuceerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gededuceerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gededuceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gededuceerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gededuceerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gededuceerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gededuceerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gededuceerd verleden tijd, deelwoord
gededuceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gededuceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gededuceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gededuceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gededuceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gededuceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gededuceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gededuceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gededuceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gededuceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gededuceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gededuceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gededuceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gededuceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gededuceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gededuceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gededuceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te deduceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gededuceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen deduceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal deduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal deduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal deduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gededuceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gededuceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gededuceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou deduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou deduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou deduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gededuceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gededuceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gededuceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden deduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden deduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden deduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gededuceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gededuceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gededuceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt deduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gededuceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen deduceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen deduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen deduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen deduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gededuceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gededuceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gededuceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult deduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gededuceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘afleiden’ voor het eerst aangetroffen in 1546

Woordfamilie van deduceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deduceer gebiedende wijs deduceren
deduceerde verleden tijd deduceren
deduceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon deduceren
deduceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon deduceren
deducere aanvoegende wijs deduceren
deducerend onvoltooid deelwoord deduceren
deducerende woordvorm deduceren
gededuceerd voltooid deelwoord deduceren
gededuceerde woordvorm deduceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deduceren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over deduceren

Wat betekent deduceren?
Deduceren is een werkwoord. Het woord betekent: met behulp van logische regels uit het algemene afleiden.
Hoe vervoeg je deduceren?
Je vervoegt deduceren als volgt: de tegenwoordige tijd is deduceer, de verleden tijd is deduceerde en het voltooid deelwoord is gededuceerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord deduceren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. D 2
  4. U 4
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

deduceren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. D 2
  4. U 2
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

deduceren in het kort

deduceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van deduceren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort deduceren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

deduceren: met behulp van logische regels uit het algemene afleiden
Deel deduceren — standaardnederlands.nl