afleidbaar
bijvoeglijk naamwoord ɑfˈlɛɪdbarBetekenis
- de mate waarin de aandacht op een ander onderwerp kan worden gericht door een prikkel van buiten
- de mate waarin je vanuit een bepaalde gegevens nieuwe informatie kunt maken / begrijpen
Hoe spreek je afleidbaar uit?
/ɑfˈlɛidbar/
Afleidbaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| b | bak |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afleidbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| afleidbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| afleidbaarders | partitief, vergrotende trap |
| afleidbaars | partitief, stellende trap |
| afleidbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| afleidbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| afleidbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afleiden met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van afleidbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afleidbaarder | vergrotende trap | afleidbaar |
| afleidbaardere | verbogen vergrotende trap | afleidbaar |
| afleidbaarders | partitieve vergrotende trap | afleidbaar |
| afleidbaars | partitive, positive | afleidbaar |
| afleidbaarst | uninflected, superlative | afleidbaar |
| afleidbaarste | inflected, superlative | afleidbaar |
| afleidbare | verbogen vorm | afleidbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afleidbaar zijn vastgelegd.