Naar de inhoud

dechargeren

ontheffen (van een persoon van een bepaalde verantwoordelijkheid)

dechargeren

werkwoord

Betekenis

  1. ontheffen (van een persoon van een bepaalde verantwoordelijkheid)
  2. vrijspreken

Vervoeging van dechargeren

dechargerenhele werkwoord — dechargeerdeverleden tijd enkelvoud — dechargeerdenverleden tijd meervoud — gedechargeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dechargeer dechargeerde
jij dechargeert dechargeerde
hij, zij, het dechargeert dechargeerde
wij dechargeren dechargeerden
jullie dechargeren dechargeerden
zij dechargeren dechargeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dechargeer gebiedende wijs
dechargeerde verleden tijd
dechargere aanvoegende wijs
dechargerend onvoltooid, deelwoord
er is gedechargeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedechargeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedechargeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedechargeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedechargeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedechargeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedechargeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedechargeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedechargeerd verleden tijd, deelwoord
gedechargeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedechargeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedechargeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedechargeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedechargeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedechargeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedechargeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedechargeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedechargeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedechargeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedechargeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedechargeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedechargeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedechargeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedechargeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dechargeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedechargeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dechargeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedechargeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedechargeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedechargeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedechargeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedechargeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedechargeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedechargeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedechargeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedechargeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedechargeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedechargeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedechargeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedechargeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedechargeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dechargeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedechargeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedechargeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedechargeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dechargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedechargeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedechargeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse décharger (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van dechargeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dechargeer gebiedende wijs dechargeren
dechargeerde verleden tijd dechargeren
dechargeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dechargeren
dechargeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dechargeren
dechargere aanvoegende wijs dechargeren
dechargerend onvoltooid deelwoord dechargeren
dechargerende woordvorm dechargeren
gedechargeerd voltooid deelwoord dechargeren
gedechargeerde woordvorm dechargeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dechargeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over dechargeren

Wat betekent dechargeren?
Dechargeren is een werkwoord. Het woord betekent: ontheffen (van een persoon van een bepaalde verantwoordelijkheid). Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dechargeren?
Je vervoegt dechargeren als volgt: de tegenwoordige tijd is dechargeer, de verleden tijd is dechargeerde en het voltooid deelwoord is gedechargeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dechargeren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. G 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dechargeren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. G 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dechargeren in het kort

dechargeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dechargeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dechargeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dechargeren: ontheffen (van een persoon van een bepaalde verantwoordelijkheid)
Deel dechargeren — standaardnederlands.nl