charge
zelfstandig naamwoord, werkwoord ʃɑrʒəBetekenis
- gesloten aanval van de politie of van de cavalerie (cavaleriecharge)
- vervoersovereenkomst tussen bevrachter en schipper
- lading of batch in een productieproces (zie chargenummer)
- aanklagen
- aanklacht, beschuldiging, telastlegging, tenlastelegging
- aanbetaling
Hoe spreek je charge uit?
/ʃɑrʒə/
Charge bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ʒ | journaal |
| ə | de |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| charges | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van chargen
- gebiedende wijs van chargen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van chargen
- aanvoegende wijs van chargen
Vervoeging van charge
chargehele werkwoord
Woordfamilie van charge
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| charges | meervoud | charge |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van charge zijn vastgelegd.