Naar de inhoud

cureren

genezen

cureren

werkwoord

Betekenis

  1. genezen

werkwoord

  1. handelen als een curator transitive

Vervoeging van cureren

curerenhele werkwoord — cureerdeverleden tijd enkelvoud — cureerdenverleden tijd meervoud — gecureerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik cureer cureerde
jij cureert cureerde
hij, zij, het cureert cureerde
wij cureren cureerden
jullie cureren cureerden
zij cureren cureerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
cureer gebiedende wijs
cureerde verleden tijd
curere aanvoegende wijs
curerend onvoltooid, deelwoord
er is gecureerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecureerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecureerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecureerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecureerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecureerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecureerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecureerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecureerd verleden tijd, deelwoord
gecureerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecureerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecureerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecureerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecureerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecureerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecureerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecureerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecureerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecureerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecureerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te cureren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecureerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen cureren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal cureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal cureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal cureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecureerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecureerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecureerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecureerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou cureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou cureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou cureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden cureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden cureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden cureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt cureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen cureren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen cureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen cureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen cureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecureerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecureerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecureerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecureerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecureerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult cureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecureerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘genezen’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Woordfamilie van cureren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
cureer gebiedende wijs cureren
cureerde verleden tijd cureren
cureerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon cureren
cureert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon cureren
curere aanvoegende wijs cureren
curerend onvoltooid deelwoord cureren
curerende woordvorm cureren
gecureerd voltooid deelwoord cureren
gecureerde woordvorm cureren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cureren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over cureren

Wat is de betekenis van cureren?
Cureren is een werkwoord. De betekenis is: genezen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik cureren?
Zo vervoeg je cureren zo: de tegenwoordige tijd is cureer, de verleden tijd is cureerde en het voltooid deelwoord is gecureerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord cureren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. U 4
  3. R 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

cureren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. U 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

cureren telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

cureren in het kort

cureren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van cureren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort cureren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

cureren: genezen
Deel cureren — standaardnederlands.nl