behandelen
werkwoordBetekenis
- verwerken
- bespreken, spreken of schrijven over
- medisch verzorgen
- op een bepaalde manier omgaan met een mens of een dier
werkwoord
- bespreken
Vervoeging van behandelen
behandelenhele werkwoord — behandeldeverleden tijd enkelvoud — behandeldenverleden tijd meervoud — behandeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | behandel | behandelde |
| jij | behandelt | behandelde |
| hij, zij, het | behandelt | behandelde |
| wij | behandelen | behandelden |
| jullie | behandelen | behandelden |
| zij | behandelen | behandelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| behandel | gebiedende wijs |
| behandeld | verleden tijd, deelwoord |
| behandeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| behandeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| behandeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behandeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behandeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behandeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| behandeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| behandeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behandeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behandeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behandelde | verleden tijd |
| behandele | aanvoegende wijs |
| behandelend | onvoltooid, deelwoord |
| ben behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is behandeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was behandeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd behandeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt behandeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal behandeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal behandeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou behandeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou behandeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had behandeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had behandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had behandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden behandeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden behandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden behandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt behandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behandeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te behandelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben behandeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen behandelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart behandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren behandeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren behandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren behandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was behandeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was behandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was behandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd behandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd behandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd behandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden behandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden behandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden behandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt behandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word behandeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden behandeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden behandeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden behandeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt behandeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt behandeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal behandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal behandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal behandeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behandeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt behandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou behandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden behandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt behandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen behandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behandeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behandeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behandeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behandelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult behandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behandeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van handelen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van behandelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| behandel | gebiedende wijs | behandelen |
| behandeld | voltooid deelwoord | behandelen |
| behandelde | verleden tijd | behandelen |
| behandelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | behandelen |
| behandele | aanvoegende wijs | behandelen |
| behandelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | behandelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behandelen zijn vastgelegd.