Naar de inhoud

couperen

het (operatief) verwijderen van uitstekende lichaamsdelen bij een dier, zoals de staart of oren

couperen

werkwoord

Betekenis

  1. het (operatief) verwijderen van uitstekende lichaamsdelen bij een dier, zoals de staart of oren
  2. voor het uitdelen het pak met de reeds geschudde kaarten in tweeën opsplitsen door een stapeltje van het pak af te halen dat vervolgens weer onder de andere kaarten geschoven wordt
  3. gedeelten wegknippen uit (een toneelstuk of film)
  4. versnijden

Vervoeging van couperen

couperenhele werkwoord — coupeerdeverleden tijd enkelvoud — coupeerdenverleden tijd meervoud — gecoupeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik coupeer coupeerde
jij coupeert coupeerde
hij, zij, het coupeert coupeerde
wij couperen coupeerden
jullie couperen coupeerden
zij couperen coupeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
coupeer gebiedende wijs
coupeerde verleden tijd
coupere aanvoegende wijs
couperend onvoltooid, deelwoord
er is gecoupeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecoupeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecoupeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecoupeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecoupeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecoupeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecoupeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecoupeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecoupeerd verleden tijd, deelwoord
gecoupeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoupeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecoupeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecoupeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecoupeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecoupeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecoupeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecoupeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecoupeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecoupeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecoupeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecoupeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecoupeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecoupeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecoupeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecoupeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecoupeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te couperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecoupeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen couperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal couperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal couperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal couperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecoupeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecoupeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecoupeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou couperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou couperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou couperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecoupeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecoupeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecoupeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden couperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden couperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden couperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecoupeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecoupeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecoupeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt couperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecoupeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen couperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen couperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen couperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen couperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecoupeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecoupeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecoupeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult couperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecoupeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afsnijden (van delen van dieren), afnemen (van kaarten)’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van couperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
coupeer gebiedende wijs couperen
coupeerde verleden tijd couperen
coupeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon couperen
coupeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon couperen
coupere aanvoegende wijs couperen
couperend onvoltooid deelwoord couperen
couperende woordvorm couperen
gecoupeerd voltooid deelwoord couperen
gecoupeerde woordvorm couperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van couperen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over couperen

Wat is de betekenis van couperen?
Couperen is een werkwoord. De betekenis is: het (operatief) verwijderen van uitstekende lichaamsdelen bij een dier, zoals de staart of oren. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik couperen?
Zo vervoeg je couperen zo: de tegenwoordige tijd is coupeer, de verleden tijd is coupeerde en het voltooid deelwoord is gecoupeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord couperen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. U 4
  4. P 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

couperen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. U 2
  4. P 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

couperen in het kort

couperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van couperen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort couperen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

couperen: het (operatief) verwijderen van uitstekende lichaamsdelen bij een dier, zoals de staart of oren
Deel couperen — standaardnederlands.nl