couperen
werkwoordBetekenis
- het (operatief) verwijderen van uitstekende lichaamsdelen bij een dier, zoals de staart of oren
- voor het uitdelen het pak met de reeds geschudde kaarten in tweeën opsplitsen door een stapeltje van het pak af te halen dat vervolgens weer onder de andere kaarten geschoven wordt
- gedeelten wegknippen uit (een toneelstuk of film)
- versnijden
Vervoeging van couperen
couperenhele werkwoord — coupeerdeverleden tijd enkelvoud — coupeerdenverleden tijd meervoud — gecoupeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | coupeer | coupeerde |
| jij | coupeert | coupeerde |
| hij, zij, het | coupeert | coupeerde |
| wij | couperen | coupeerden |
| jullie | couperen | coupeerden |
| zij | couperen | coupeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| coupeer | gebiedende wijs |
| coupeerde | verleden tijd |
| coupere | aanvoegende wijs |
| couperend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecoupeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecoupeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecoupeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecoupeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecoupeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecoupeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecoupeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecoupeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecoupeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecoupeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoupeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecoupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecoupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecoupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecoupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecoupeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te couperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecoupeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen couperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal couperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal couperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal couperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou couperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou couperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou couperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden couperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden couperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden couperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt couperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen couperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen couperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen couperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen couperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult couperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afsnijden (van delen van dieren), afnemen (van kaarten)’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van couperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| coupeer | gebiedende wijs | couperen |
| coupeerde | verleden tijd | couperen |
| coupeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | couperen |
| coupeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | couperen |
| coupere | aanvoegende wijs | couperen |
| couperend | onvoltooid deelwoord | couperen |
| couperende | woordvorm | couperen |
| gecoupeerd | voltooid deelwoord | couperen |
| gecoupeerde | woordvorm | couperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van couperen zijn vastgelegd.