Naar de inhoud

contracteren

een contract sluiten met iemand

contracteren

werkwoord

Betekenis

  1. een contract sluiten met iemand

Vervoeging van contracteren

contracterenhele werkwoord — contracteerdeverleden tijd enkelvoud — contracteerdenverleden tijd meervoud — gecontracteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik contracteer contracteerde
jij contracteert contracteerde
hij, zij, het contracteert contracteerde
wij contracteren contracteerden
jullie contracteren contracteerden
zij contracteren contracteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
contracteer gebiedende wijs
contracteerde verleden tijd
contractere aanvoegende wijs
contracterend onvoltooid, deelwoord
er is gecontracteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecontracteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecontracteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecontracteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecontracteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecontracteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecontracteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecontracteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecontracteerd verleden tijd, deelwoord
gecontracteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecontracteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecontracteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontracteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontracteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontracteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecontracteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecontracteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecontracteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecontracteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecontracteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecontracteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecontracteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecontracteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecontracteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecontracteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecontracteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecontracteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te contracteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecontracteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen contracteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecontracteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecontracteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecontracteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecontracteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecontracteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecontracteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecontracteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecontracteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal contracteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal contracteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal contracteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecontracteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontracteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecontracteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecontracteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontracteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecontracteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou contracteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou contracteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou contracteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecontracteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontracteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontracteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontracteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontracteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontracteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden contracteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden contracteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden contracteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecontracteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecontracteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecontracteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecontracteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecontracteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecontracteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt contracteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecontracteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecontracteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen contracteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen contracteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen contracteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen contracteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecontracteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecontracteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecontracteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecontracteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecontracteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecontracteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult contracteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecontracteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecontracteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecontracteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse contracter (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van contracteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
contracteer gebiedende wijs contracteren
contracteerde verleden tijd contracteren
contracteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon contracteren
contracteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon contracteren
contractere aanvoegende wijs contracteren
contracterend onvoltooid deelwoord contracteren
contracterende woordvorm contracteren
gecontracteerd voltooid deelwoord contracteren
gecontracteerde woordvorm contracteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contracteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over contracteren

Wat is de betekenis van contracteren?
Contracteren is een werkwoord. De betekenis is: een contract sluiten met iemand.
Hoe vervoeg ik contracteren?
Zo vervoeg je contracteren zo: de tegenwoordige tijd is contracteer, de verleden tijd is contracteerde en het voltooid deelwoord is gecontracteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord contracteren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. C 5
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

contracteren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. C 5
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

contracteren in het kort

contracteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van contracteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort contracteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

contracteren: een contract sluiten met iemand
Deel contracteren — standaardnederlands.nl