contracteren
werkwoordBetekenis
- een contract sluiten met iemand
Vervoeging van contracteren
contracterenhele werkwoord — contracteerdeverleden tijd enkelvoud — contracteerdenverleden tijd meervoud — gecontracteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | contracteer | contracteerde |
| jij | contracteert | contracteerde |
| hij, zij, het | contracteert | contracteerde |
| wij | contracteren | contracteerden |
| jullie | contracteren | contracteerden |
| zij | contracteren | contracteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| contracteer | gebiedende wijs |
| contracteerde | verleden tijd |
| contractere | aanvoegende wijs |
| contracterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecontracteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecontracteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecontracteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecontracteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecontracteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecontracteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecontracteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecontracteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecontracteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecontracteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecontracteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecontracteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontracteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontracteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontracteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecontracteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecontracteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecontracteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecontracteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecontracteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te contracteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecontracteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen contracteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecontracteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecontracteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecontracteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontracteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecontracteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecontracteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontracteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecontracteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecontracteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontracteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontracteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontracteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontracteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontracteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecontracteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecontracteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecontracteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecontracteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecontracteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecontracteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecontracteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecontracteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen contracteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecontracteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecontracteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecontracteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecontracteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecontracteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecontracteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult contracteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecontracteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecontracteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecontracteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse contracter (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van contracteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| contracteer | gebiedende wijs | contracteren |
| contracteerde | verleden tijd | contracteren |
| contracteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | contracteren |
| contracteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | contracteren |
| contractere | aanvoegende wijs | contracteren |
| contracterend | onvoltooid deelwoord | contracteren |
| contracterende | woordvorm | contracteren |
| gecontracteerd | voltooid deelwoord | contracteren |
| gecontracteerde | woordvorm | contracteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contracteren zijn vastgelegd.