contractpartner
zelfstandig naamwoord kɔn'trɑktpɑrtnərBetekenis
- iemand die bij een contract betrokken is
Hoe spreek je contractpartner uit?
/kɔnˈtrɑktpɑrtnər/
Contractpartner bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| contractpartners | meervoud |
Herkomst
samenstelling van contract en partner
Woordfamilie van contractpartner
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| contractpartners | meervoud | contractpartner |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contractpartner zijn vastgelegd.