construeren
werkwoordBetekenis
- onderdelen tot een werkzaam geheel samenvoegen (ook )
- een figuur vervaardigen met behulp van niet meer dan een rechte liniaal, een passer en schrijfgerei
- in tekening brengen (het werk van een constructeur)
- kunstmatig vormen b.v. een juridische constructie vervaardigen
- (zinnen) naar het gebruik en de regels van taal samenvoegen
werkwoord
- naar het gebruik en de regels van taal samenvoegen
Vervoeging van construeren
construerenhele werkwoord — construeerdeverleden tijd enkelvoud — construeerdenverleden tijd meervoud — geconstrueerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | construeer | construeerde |
| jij | construeert | construeerde |
| hij, zij, het | construeert | construeerde |
| wij | construeren | construeerden |
| jullie | construeren | construeerden |
| zij | construeren | construeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| construeer | gebiedende wijs |
| construeerde | verleden tijd |
| construere | aanvoegende wijs |
| construerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconstrueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconstrueerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconstrueerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconstrueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconstrueerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconstrueerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconstrueerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconstrueerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconstrueerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconstrueerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconstrueerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconstrueerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconstrueerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconstrueerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconstrueerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconstrueerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconstrueerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconstrueerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconstrueerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconstrueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te construeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconstrueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen construeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal construeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal construeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal construeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou construeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou construeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou construeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden construeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden construeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden construeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt construeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen construeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen construeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen construeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen construeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult construeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Woordfamilie van construeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| construeer | gebiedende wijs | construeren |
| construeerde | verleden tijd | construeren |
| construeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | construeren |
| construeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | construeren |
| construere | aanvoegende wijs | construeren |
| construerend | onvoltooid deelwoord | construeren |
| construerende | woordvorm | construeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van construeren zijn vastgelegd.