Naar de inhoud

construeren

onderdelen tot een werkzaam geheel samenvoegen (ook )

construeren

werkwoord

Betekenis

  1. onderdelen tot een werkzaam geheel samenvoegen (ook )
  2. een figuur vervaardigen met behulp van niet meer dan een rechte liniaal, een passer en schrijfgerei
  3. in tekening brengen (het werk van een constructeur)
  4. kunstmatig vormen b.v. een juridische constructie vervaardigen
  5. (zinnen) naar het gebruik en de regels van taal samenvoegen

werkwoord

  1. naar het gebruik en de regels van taal samenvoegen

Vervoeging van construeren

construerenhele werkwoord — construeerdeverleden tijd enkelvoud — construeerdenverleden tijd meervoud — geconstrueerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik construeer construeerde
jij construeert construeerde
hij, zij, het construeert construeerde
wij construeren construeerden
jullie construeren construeerden
zij construeren construeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
construeer gebiedende wijs
construeerde verleden tijd
construere aanvoegende wijs
construerend onvoltooid, deelwoord
er is geconstrueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geconstrueerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geconstrueerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geconstrueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geconstrueerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geconstrueerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geconstrueerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geconstrueerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geconstrueerd verleden tijd, deelwoord
geconstrueerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconstrueerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconstrueerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconstrueerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconstrueerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconstrueerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconstrueerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconstrueerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconstrueerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconstrueerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconstrueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconstrueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconstrueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconstrueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconstrueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te construeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconstrueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen construeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geconstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconstrueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geconstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconstrueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geconstrueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geconstrueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geconstrueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geconstrueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal construeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal construeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal construeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geconstrueerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconstrueerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geconstrueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou construeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou construeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou construeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconstrueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconstrueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconstrueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden construeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden construeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden construeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconstrueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconstrueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconstrueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt construeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconstrueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconstrueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen construeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen construeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen construeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen construeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconstrueerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconstrueerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconstrueerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult construeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconstrueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconstrueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconstrueerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1663

Woordfamilie van construeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
construeer gebiedende wijs construeren
construeerde verleden tijd construeren
construeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon construeren
construeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon construeren
construere aanvoegende wijs construeren
construerend onvoltooid deelwoord construeren
construerende woordvorm construeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van construeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over construeren

Wat is de betekenis van construeren?
Construeren is een werkwoord. De betekenis is: onderdelen tot een werkzaam geheel samenvoegen (ook ). In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik construeren?
Zo vervoeg je construeren zo: de tegenwoordige tijd is construeer, de verleden tijd is construeerde en het voltooid deelwoord is geconstrueerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord construeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. U 4
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

construeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. U 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

construeren in het kort

construeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van construeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort construeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

construeren: onderdelen tot een werkzaam geheel samenvoegen (ook )
Deel construeren — standaardnederlands.nl