Naar de inhoud

consigneren

in bewaring geven

consigneren

werkwoord

Betekenis

  1. in bewaring geven
  2. in consignatie verzenden

Vervoeging van consigneren

consignerenhele werkwoord — consigneerdeverleden tijd enkelvoud — consigneerdenverleden tijd meervoud — geconsigneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik consigneer consigneerde
jij consigneert consigneerde
hij, zij, het consigneert consigneerde
wij consigneren consigneerden
jullie consigneren consigneerden
zij consigneren consigneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
consigneer gebiedende wijs
consigneerde verleden tijd
consignere aanvoegende wijs
consignerend onvoltooid, deelwoord
er is geconsigneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geconsigneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geconsigneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geconsigneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geconsigneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geconsigneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geconsigneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geconsigneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geconsigneerd verleden tijd, deelwoord
geconsigneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconsigneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconsigneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconsigneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconsigneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconsigneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconsigneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconsigneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconsigneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconsigneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconsigneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconsigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconsigneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconsigneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconsigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconsigneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconsigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconsigneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te consigneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconsigneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen consigneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geconsigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconsigneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geconsigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconsigneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geconsigneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geconsigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geconsigneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geconsigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal consigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal consigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal consigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconsigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconsigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconsigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geconsigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconsigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geconsigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou consigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou consigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou consigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconsigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconsigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconsigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconsigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconsigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconsigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden consigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden consigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden consigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconsigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconsigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconsigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconsigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconsigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconsigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt consigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconsigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconsigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen consigneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen consigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen consigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen consigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconsigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconsigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconsigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconsigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconsigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconsigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult consigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconsigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconsigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconsigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse consigner (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van consigneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
consigneer gebiedende wijs consigneren
consigneerde verleden tijd consigneren
consigneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon consigneren
consigneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon consigneren
consignere aanvoegende wijs consigneren
consignerend onvoltooid deelwoord consigneren
consignerende woordvorm consigneren
geconsigneerd voltooid deelwoord consigneren
geconsigneerde woordvorm consigneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van consigneren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over consigneren

Wat is de betekenis van consigneren?
Consigneren is een werkwoord. De betekenis is: in bewaring geven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik consigneren?
Zo vervoeg je consigneren zo: de tegenwoordige tijd is consigneer, de verleden tijd is consigneerde en het voltooid deelwoord is geconsigneerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord consigneren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. I 1
  6. G 3
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

consigneren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. I 2
  6. G 3
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

consigneren in het kort

consigneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van consigneren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort consigneren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

consigneren: in bewaring geven
Deel consigneren — standaardnederlands.nl