clubcard
zelfstandig naamwoord ˈklʏpkɑːrtBetekenis
- identiteitsbewijs voor supporters van een voetbalclub die men nodig heeft om kaarten voor voetbalwedstrijden te kunnen kopen. De clubcard van een hooligan kan worden ingetrokken
Hoe spreek je clubcard uit?
/ˈklʏpkɑrt/
Clubcard bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ʏ | put |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| clubcardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| clubcardjes | verkleinwoord, meervoud |
| clubcards | meervoud |
Herkomst
samenstelling van club en card
Woordfamilie van clubcard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| clubcardje | verkleinwoord | clubcard |
| clubcardjes | verkleinwoord meervoud | clubcard |
| clubcards | meervoud | clubcard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van clubcard zijn vastgelegd.