chloreren
werkwoordBetekenis
- chloor toevoegen aan
Vervoeging van chloreren
chlorerenhele werkwoord — chloreerdeverleden tijd enkelvoud — chloreerdenverleden tijd meervoud — gechloreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | chloreer | chloreerde |
| jij | chloreert | chloreerde |
| hij, zij, het | chloreert | chloreerde |
| wij | chloreren | chloreerden |
| jullie | chloreren | chloreerden |
| zij | chloreren | chloreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| chloreer | gebiedende wijs |
| chloreerde | verleden tijd |
| chlorere | aanvoegende wijs |
| chlorerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gechloreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gechloreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gechloreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gechloreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gechloreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gechloreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gechloreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gechloreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gechloreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gechloreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gechloreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gechloreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechloreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechloreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechloreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gechloreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gechloreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gechloreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gechloreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gechloreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gechloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gechloreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gechloreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gechloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gechloreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gechloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechloreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te chloreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gechloreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen chloreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gechloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gechloreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gechloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gechloreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gechloreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gechloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gechloreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gechloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gechloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gechloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gechloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gechloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gechloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gechloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gechloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gechloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gechloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gechloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gechloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gechloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gechloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen chloreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gechloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gechloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gechloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gechloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gechloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gechloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult chloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gechloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gechloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gechloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse chlorer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van chloreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chloreer | gebiedende wijs | chloreren |
| chloreerde | verleden tijd | chloreren |
| chloreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | chloreren |
| chloreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | chloreren |
| chlorere | aanvoegende wijs | chloreren |
| chlorerend | onvoltooid deelwoord | chloreren |
| chlorerende | woordvorm | chloreren |
| gechloreerd | voltooid deelwoord | chloreren |
| gechloreerde | woordvorm | chloreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chloreren zijn vastgelegd.