chloor
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- scheikundig element met symbool Cl en atoomnummer 17. Het is een geelgroen halogeen ,dat bij kamertemperatuur gasvormig is
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van chloren
- gebiedende wijs van chloren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van chloren
Vervoeging van chloor
chloorhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘chemisch element’ voor het eerst aangetroffen in 1846