| - |
impersonal, passief
|
| ben gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| chloor |
gebiedende wijs
|
| chloorde |
verleden tijd
|
| chlore |
aanvoegende wijs
|
| chlorend |
onvoltooid, deelwoord
|
| er is gechloord |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gechloord |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gechloord |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gechloord |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gechloord worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gechloord zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gechloord worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gechloord zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gechloord |
verleden tijd, deelwoord
|
| gechloord te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gechloord te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gechloord te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gechloord te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gechloord te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gechloord worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gechloord zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gechloord zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gechloord zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gechloord zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gechloord |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gechloord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gechloord |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gechloord |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gechloord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gechloord |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gechloord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gechloord |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te chloren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben gechloord |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen chloren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gechloord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gechloord |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gechloord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gechloord |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gechloord |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gechloord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gechloord |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gechloord |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zal gechloord hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gechloord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gechloord hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gechloord zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gechloord zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zijn gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gechloord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gechloord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gechloord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gechloord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gechloord zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gechloord zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gechloord zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zouden gechloord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gechloord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gechloord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gechloord zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gechloord zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gechloord zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zoudt chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zoudt gechloord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gechloord zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zullen chloren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zullen gechloord hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gechloord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gechloord hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gechloord zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gechloord zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gechloord zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zult chloren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zult gechloord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gechloord worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gechloord zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|