Naar de inhoud

chippen

met een chipknip betalen

chippen

werkwoord

Betekenis

  1. met een chipknip betalen

Vervoeging van chippen

chippenhele werkwoord — chipteverleden tijd enkelvoud — chiptenverleden tijd meervoud — gechiptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik chip chipte
jij chipt chipte
hij, zij, het chipt chipte
wij chippen chipten
jullie chippen chipten
zij chippen chipten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
chip gebiedende wijs
chippe aanvoegende wijs
chippend onvoltooid, deelwoord
chipte verleden tijd
er is gechipt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gechipt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gechipt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gechipt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gechipt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gechipt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gechipt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gechipt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gechipt verleden tijd, deelwoord
gechipt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gechipt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gechipt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechipt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechipt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechipt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gechipt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gechipt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gechipt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gechipt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gechipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gechipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gechipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gechipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gechipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gechipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gechipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te chippen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gechipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen chippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gechipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gechipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gechipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gechipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gechipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gechipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gechipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gechipt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gechipt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gechipt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gechipt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gechipt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gechipt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gechipt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gechipt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gechipt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gechipt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gechipt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gechipt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gechipt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal chippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal chippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal chippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gechipt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gechipt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gechipt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechipt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gechipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou chippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou chippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou chippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gechipt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechipt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechipt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechipt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden chippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden chippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden chippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gechipt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gechipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gechipt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gechipt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gechipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gechipt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt chippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gechipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gechipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen chippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen chippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen chippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen chippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gechipt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gechipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gechipt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gechipt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gechipt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gechipt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult chippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gechipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gechipt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gechipt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van chippen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
chippe aanvoegende wijs chippen
chippend onvoltooid deelwoord chippen
chippende woordvorm chippen
chipt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon chippen
chipte verleden tijd chippen
chipten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon chippen
gechipt voltooid deelwoord chippen
gechipte woordvorm chippen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chippen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over chippen

Wat is de betekenis van chippen?
Chippen is een werkwoord. De betekenis is: met een chipknip betalen.
Hoe vervoeg ik chippen?
Zo vervoeg je chippen zo: de tegenwoordige tijd is chip, de verleden tijd is chipte en het voltooid deelwoord is gechipt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord chippen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. H 4
  3. I 1
  4. P 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

chippen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 133 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. H 4
  3. I 2
  4. P 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 21 zonder bonus
  9. 133 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

chippen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

chippen in het kort

chippen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van chippen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort chippen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

chippen: met een chipknip betalen
Deel chippen — standaardnederlands.nl