chargen
werkwoordBetekenis
- een (te hoge) rekening presenteren
Vervoeging van chargen
chargenhele werkwoord — chargedeverleden tijd enkelvoud — chargedenverleden tijd meervoud — gechargedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | charge | chargede |
| jij | charget | chargede |
| hij, zij, het | charget | chargede |
| wij | chargen | chargeden |
| jullie | chargen | chargeden |
| zij | chargen | chargeden |
Alle 33 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| charge | gebiedende wijs |
| charge | aanvoegende wijs |
| chargede | verleden tijd |
| chargend | onvoltooid, deelwoord |
| chargete | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecharged | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecharged | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecharged | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecharged | verleden tijd, deelwoord |
| gecharget | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecharget | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecharget | verleden tijd, deelwoord |
| gecharget te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecharget zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te chargen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te gecharged | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen chargen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal chargen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal chargen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal chargen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou chargen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou chargen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou chargen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden chargen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden chargen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden chargen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt chargen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen chargen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen chargen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen chargen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen chargen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult chargen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van chargen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chargede | verleden tijd | chargen |
| chargeden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | chargen |
| chargend | onvoltooid deelwoord | chargen |
| chargende | woordvorm | chargen |
| charget | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | chargen |
| chargete | verleden tijd | chargen |
| chargeten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | chargen |
| gecharged | voltooid deelwoord | chargen |
| gecharget | voltooid deelwoord | chargen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chargen zijn vastgelegd.