Naar de inhoud

chargeren

met kracht aanvallen, een charge uitvoeren

chargeren

werkwoord

Betekenis

  1. met kracht aanvallen, een charge uitvoeren
  2. iets overdreven voorstellen om iemand of iets belachelijk te maken
  3. overdrijven (in een toneelrol)
  4. overdrijven (zonder speciale bedoeling)
  5. bezwarende verklaringen voor iemand afleggen
  6. het beladen van een persoon met bepaalde taken

Vervoeging van chargeren

chargerenhele werkwoord — chargeerdeverleden tijd enkelvoud — chargeerdenverleden tijd meervoud — gechargeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik chargeer chargeerde
jij chargeert chargeerde
hij, zij, het chargeert chargeerde
wij chargeren chargeerden
jullie chargeren chargeerden
zij chargeren chargeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
chargeer gebiedende wijs
chargeerde verleden tijd
chargere aanvoegende wijs
chargerend onvoltooid, deelwoord
er is gechargeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gechargeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gechargeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gechargeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gechargeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gechargeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gechargeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gechargeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gechargeerd verleden tijd, deelwoord
gechargeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechargeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gechargeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gechargeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gechargeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gechargeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gechargeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechargeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechargeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te chargeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gechargeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen chargeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal chargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal chargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal chargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou chargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou chargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou chargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden chargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden chargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden chargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt chargeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gechargeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen chargeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen chargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen chargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen chargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult chargeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gechargeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in gesloten formatie aanvallen’ voor het eerst aangetroffen in 1591

Woordfamilie van chargeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
chargeer gebiedende wijs chargeren
chargeerde verleden tijd chargeren
chargeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon chargeren
chargeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon chargeren
chargere aanvoegende wijs chargeren
chargerend onvoltooid deelwoord chargeren
chargerende woordvorm chargeren
gechargeerd voltooid deelwoord chargeren
gechargeerde woordvorm chargeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chargeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over chargeren

Wat is de betekenis van chargeren?
Chargeren is een werkwoord. De betekenis is: met kracht aanvallen, een charge uitvoeren. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik chargeren?
Zo vervoeg je chargeren zo: de tegenwoordige tijd is chargeer, de verleden tijd is chargeerde en het voltooid deelwoord is gechargeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord chargeren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. H 4
  3. A 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

chargeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. H 4
  3. A 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

chargeren in het kort

chargeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van chargeren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort chargeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

chargeren: met kracht aanvallen, een charge uitvoeren
Deel chargeren — standaardnederlands.nl