chargeren
werkwoordBetekenis
- met kracht aanvallen, een charge uitvoeren
- iets overdreven voorstellen om iemand of iets belachelijk te maken
- overdrijven (in een toneelrol)
- overdrijven (zonder speciale bedoeling)
- bezwarende verklaringen voor iemand afleggen
- het beladen van een persoon met bepaalde taken
Vervoeging van chargeren
chargerenhele werkwoord — chargeerdeverleden tijd enkelvoud — chargeerdenverleden tijd meervoud — gechargeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | chargeer | chargeerde |
| jij | chargeert | chargeerde |
| hij, zij, het | chargeert | chargeerde |
| wij | chargeren | chargeerden |
| jullie | chargeren | chargeerden |
| zij | chargeren | chargeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chargeer | gebiedende wijs |
| chargeerde | verleden tijd |
| chargere | aanvoegende wijs |
| chargerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gechargeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gechargeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gechargeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gechargeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gechargeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gechargeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gechargeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gechargeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gechargeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gechargeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechargeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gechargeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gechargeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gechargeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gechargeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gechargeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gechargeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gechargeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gechargeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechargeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gechargeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechargeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gechargeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gechargeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechargeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechargeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te chargeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gechargeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen chargeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gechargeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechargeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gechargeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gechargeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechargeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechargeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gechargeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gechargeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gechargeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gechargeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen chargeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gechargeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gechargeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gechargeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult chargeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gechargeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in gesloten formatie aanvallen’ voor het eerst aangetroffen in 1591
Woordfamilie van chargeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chargeer | gebiedende wijs | chargeren |
| chargeerde | verleden tijd | chargeren |
| chargeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | chargeren |
| chargeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | chargeren |
| chargere | aanvoegende wijs | chargeren |
| chargerend | onvoltooid deelwoord | chargeren |
| chargerende | woordvorm | chargeren |
| gechargeerd | voltooid deelwoord | chargeren |
| gechargeerde | woordvorm | chargeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chargeren zijn vastgelegd.