cartouche
zelfstandig naamwoord kɑrˈtuʃBetekenis
- een omlijst schild met tekst of een wapen op een kaart of gebouw
- een papieren huls om het gedeelte van een kogel dat met kruit omhuld wordt
- een rolletje munten van dezelfde soort
- een bijzonder determinatief in de vorm van een ovaal met een eindstreep waarbinnen de naam van een koning geschreven wordt
Hoe spreek je cartouche uit?
/kɑrˈtuʃ/
Cartouche bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| u | boek |
| ʃ | sjaal |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- omlijst schild met tekst of een wapen op een kaart of gebouw
- papieren huls om het gedeelte van een kogel dat met kruit omhuld word
- rolletje munten van dezelfde soort
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cartoucheje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cartouchejes | verkleinwoord, meervoud |
| cartouches | meervoud |
Herkomst
van Frans cartouche, in de betekenis van ‘omlijsting met rolwerk’ aangetroffen vanaf 1653
Woordfamilie van cartouche
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cartoucheje | verkleinwoord | cartouche |
| cartouchejes | verkleinwoord meervoud | cartouche |
| cartouches | meervoud | cartouche |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cartouche zijn vastgelegd.