Naar de inhoud

cancelen

iets afgelasten

cancelen

werkwoord

Betekenis

  1. iets afgelasten

werkwoord

  1. afgelasten, afzeggen transitive

Vervoeging van cancelen

cancelenhele werkwoord — canceldeverleden tijd enkelvoud — canceldenverleden tijd meervoud — gecanceldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik cancel cancelde
jij cancelt cancelde
hij, zij, het cancelt cancelde
wij cancelen cancelden
jullie cancelen cancelden
zij cancelen cancelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
cancel gebiedende wijs
cancelde verleden tijd
cancele aanvoegende wijs
cancelend onvoltooid, deelwoord
er is gecanceld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecanceld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecanceld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecanceld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecanceld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecanceld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecanceld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecanceld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecanceld verleden tijd, deelwoord
gecanceld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecanceld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecanceld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecanceld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecanceld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecanceld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecanceld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecanceld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecanceld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecanceld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecanceld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecanceld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecanceld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecanceld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecanceld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecanceld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecanceld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecanceld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te cancelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecanceld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen cancelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecanceld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecanceld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecanceld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecanceld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecanceld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecanceld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecanceld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecanceld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecanceld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecanceld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecanceld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecanceld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecanceld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecanceld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecanceld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecanceld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecanceld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecanceld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecanceld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecanceld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal cancelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal cancelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal cancelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecanceld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecanceld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecanceld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecanceld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecanceld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecanceld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou cancelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou cancelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou cancelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecanceld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecanceld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecanceld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecanceld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecanceld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecanceld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden cancelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden cancelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden cancelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecanceld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecanceld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecanceld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecanceld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecanceld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecanceld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt cancelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecanceld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecanceld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen cancelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen cancelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen cancelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen cancelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecanceld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecanceld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecanceld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecanceld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecanceld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecanceld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult cancelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecanceld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecanceld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecanceld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘afzeggen’ voor het eerst aangetroffen in 1951

Woordfamilie van cancelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
cancel gebiedende wijs cancelen
cancelde verleden tijd cancelen
cancelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon cancelen
cancele aanvoegende wijs cancelen
cancelend onvoltooid deelwoord cancelen
cancelende woordvorm cancelen
cancelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon cancelen
gecanceld voltooid deelwoord cancelen
gecancelde woordvorm cancelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cancelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over cancelen

Wat is de betekenis van cancelen?
Cancelen is een werkwoord. De betekenis is: iets afgelasten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik cancelen?
Zo vervoeg je cancelen zo: de tegenwoordige tijd is cancel, de verleden tijd is cancelde en het voltooid deelwoord is gecanceld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord cancelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. A 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

cancelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. A 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

cancelen in het kort

cancelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van cancelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort cancelen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

cancelen: iets afgelasten
Deel cancelen — standaardnederlands.nl