brunchen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈbrʏnʃə/Betekenis
- een brunch gebruiken
Hoe spreek je brunchen uit?
/ˈbrʏnʃə/
Brunchen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| n | nek |
| ʃ | sjaal |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als brunchje.
Vervoeging van brunchen
brunchenhele werkwoord — brunchteverleden tijd enkelvoud — brunchtenverleden tijd meervoud — gebrunchtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | brunch | brunchte |
| jij | bruncht | brunchte |
| hij, zij, het | bruncht | brunchte |
| wij | brunchen | brunchten |
| jullie | brunchen | brunchten |
| zij | brunchen | brunchten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brunch | gebiedende wijs |
| brunche | aanvoegende wijs |
| brunchend | onvoltooid, deelwoord |
| brunchte | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebruncht | verleden tijd, deelwoord |
| gebruncht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebruncht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebruncht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebruncht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebruncht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebruncht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebruncht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebruncht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebruncht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebruncht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebruncht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebruncht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebruncht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebruncht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebruncht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebruncht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebruncht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te brunchen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebruncht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen brunchen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebruncht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebruncht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebruncht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebruncht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebruncht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebruncht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebruncht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebruncht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebruncht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebruncht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen brunchen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebruncht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebruncht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebruncht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult brunchen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebruncht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord brunch
Herkomst
uit Engels brunch (breakfast en lunch)
Woordfamilie van brunchen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brunche | aanvoegende wijs | brunchen |
| brunchend | onvoltooid deelwoord | brunchen |
| brunchende | woordvorm | brunchen |
| bruncht | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | brunchen |
| brunchte | verleden tijd | brunchen |
| brunchten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | brunchen |
| gebruncht | voltooid deelwoord | brunchen |
| gebrunchte | woordvorm | brunchen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brunchen zijn vastgelegd.