brunch
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- maaltijd in de late ochtend of middag die tegelijk als ontbijt en als lunch dienst doet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (brunchen) | meervoud |
| brunches | meervoud |
| brunchje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brunchjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brunchen
- gebiedende wijs van brunchen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brunchen
Vervoeging van brunch
brunchhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘maaltijd’ voor het eerst aangetroffen in 1957
Woordfamilie van brunch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brunches | meervoud | brunch |
| brunchje | verkleinwoord | brunch |
| brunchjes | verkleinwoord meervoud | brunch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brunch zijn vastgelegd.