Naar de inhoud

brillen

een bril dragen

brillen is meer dan één woord

brillen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een bril dragen

Vervoeging van brillen

brillenhele werkwoord — brildeverleden tijd enkelvoud — brildenverleden tijd meervoud — gebrildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bril brilde
jij brilt brilde
hij, zij, het brilt brilde
wij brillen brilden
jullie brillen brilden
zij brillen brilden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bril gebiedende wijs
brilde verleden tijd
brille aanvoegende wijs
brillend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebrild verleden tijd, deelwoord
gebrild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te brillen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebrild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen brillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal brillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal brillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal brillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebrild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebrild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou brillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou brillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou brillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebrild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden brillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden brillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden brillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebrild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt brillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen brillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen brillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen brillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen brillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebrild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult brillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bril

Woordfamilie van brillen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
brilde verleden tijd brillen
brilden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon brillen
brillend onvoltooid deelwoord brillen
brillende woordvorm brillen
brilt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon brillen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brillen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over brillen

Wat betekent brillen?
Brillen is een werkwoord. Het woord betekent: een bril dragen.
Hoe vervoeg je brillen?
Je vervoegt brillen als volgt: de tegenwoordige tijd is bril, de verleden tijd is brilde en het voltooid deelwoord is gebrild. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord brillen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

brillen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

brillen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

brillen in het kort

brillen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van brillen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort brillen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

brillen: een bril dragen
Deel brillen — standaardnederlands.nl