gebrild
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- Met een bril op, voorzien van een bril
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gebrilde | verbogen, stellende trap |
| gebrilds | partitief, stellende trap |
Vervoeging van gebrild
gebrildhele werkwoord
Herkomst
pseudodeelwoord afgeleid van bril zn met het omvoegsel ge- -d
Woordfamilie van gebrild
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gebrilds | partitive, positive | gebrild |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gebrild zijn vastgelegd.