Naar de inhoud

booten

het besturingssysteem van een computer opstarten vanaf de bootsector van een schijf d.m.v. de bootstraploader

booten

werkwoord

Betekenis

  1. het besturingssysteem van een computer opstarten vanaf de bootsector van een schijf d.m.v. de bootstraploader

Vervoeging van booten

bootenhele werkwoord — bootteverleden tijd enkelvoud — boottenverleden tijd meervoud — gebootvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik boot bootte
jij boot bootte
hij, zij, het boot bootte
wij booten bootten
jullie booten bootten
zij booten bootten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
boot gebiedende wijs
boote aanvoegende wijs
bootend onvoltooid, deelwoord
bootte verleden tijd
er is geboot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geboot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geboot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geboot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geboot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geboot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geboot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geboot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geboot verleden tijd, deelwoord
geboot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geboot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geboot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geboot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geboot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geboot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geboot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geboot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geboot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geboot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geboot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geboot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te booten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geboot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen booten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal booten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal booten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal booten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geboot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geboot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou booten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou booten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou booten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geboot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden booten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden booten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden booten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geboot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geboot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geboot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt booten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geboot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen booten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen booten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen booten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen booten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geboot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geboot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geboot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult booten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geboot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van booten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
boote aanvoegende wijs booten
bootend onvoltooid deelwoord booten
bootende woordvorm booten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van booten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over booten

Wat is de betekenis van booten?
Booten is een werkwoord. De betekenis is: het besturingssysteem van een computer opstarten vanaf de bootsector van een schijf d.m.v. de bootstraploader.
Hoe vervoeg ik booten?
Zo vervoeg je booten zo: de tegenwoordige tijd is boot, de verleden tijd is bootte en het voltooid deelwoord is geboot. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord booten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. O 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

booten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

booten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

booten in het kort

booten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van booten staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort booten bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

booten: het besturingssysteem van een computer opstarten vanaf de bootsector van een schijf d.m.v. de bootstraploader
Deel booten — standaardnederlands.nl