Naar de inhoud

bolsteren

peulvruchten van hun hulzen ontdoen

bolsteren

werkwoord

Betekenis

  1. peulvruchten van hun hulzen ontdoen

Vervoeging van bolsteren

bolsterenhele werkwoord — bolsterdeverleden tijd enkelvoud — bolsterdenverleden tijd meervoud — gebolsterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bolster bolsterde
jij bolstert bolsterde
hij, zij, het bolstert bolsterde
wij bolsteren bolsterden
jullie bolsteren bolsterden
zij bolsteren bolsterden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bolster gebiedende wijs
bolsterde verleden tijd
bolstere aanvoegende wijs
bolsterend onvoltooid, deelwoord
er is gebolsterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebolsterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebolsterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebolsterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebolsterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebolsterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebolsterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebolsterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebolsterd verleden tijd, deelwoord
gebolsterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebolsterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebolsterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebolsterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebolsterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebolsterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebolsterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebolsterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebolsterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebolsterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebolsterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebolsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebolsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebolsterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebolsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebolsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebolsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebolsterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bolsteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebolsterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bolsteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gebolsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebolsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebolsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gebolsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gebolsterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebolsterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebolsterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebolsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebolsterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebolsterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebolsterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebolsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebolsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebolsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebolsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebolsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebolsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebolsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebolsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebolsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebolsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebolsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebolsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bolsteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebolsterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebolsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebolsterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebolsterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebolsterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bolsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebolsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bolster met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bolsteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bolsterde verleden tijd bolsteren
bolsterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bolsteren
bolstere aanvoegende wijs bolsteren
bolsterend onvoltooid deelwoord bolsteren
bolsterende woordvorm bolsteren
bolstert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bolsteren
gebolsterd voltooid deelwoord bolsteren
gebolsterde woordvorm bolsteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bolsteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bolsteren

Wat betekent bolsteren?
Bolsteren is een werkwoord. Het woord betekent: peulvruchten van hun hulzen ontdoen.
Hoe vervoeg je bolsteren?
Je vervoegt bolsteren als volgt: de tegenwoordige tijd is bolster, de verleden tijd is bolsterde en het voltooid deelwoord is gebolsterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bolsteren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. L 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bolsteren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bolsteren in het kort

bolsteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bolsteren zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bolsteren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bolsteren: peulvruchten van hun hulzen ontdoen
Deel bolsteren — standaardnederlands.nl