bolsteren
werkwoordBetekenis
- peulvruchten van hun hulzen ontdoen
Vervoeging van bolsteren
bolsterenhele werkwoord — bolsterdeverleden tijd enkelvoud — bolsterdenverleden tijd meervoud — gebolsterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bolster | bolsterde |
| jij | bolstert | bolsterde |
| hij, zij, het | bolstert | bolsterde |
| wij | bolsteren | bolsterden |
| jullie | bolsteren | bolsterden |
| zij | bolsteren | bolsterden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bolster | gebiedende wijs |
| bolsterde | verleden tijd |
| bolstere | aanvoegende wijs |
| bolsterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gebolsterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebolsterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebolsterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebolsterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebolsterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebolsterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebolsterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebolsterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebolsterd | verleden tijd, deelwoord |
| gebolsterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebolsterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebolsterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebolsterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebolsterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebolsterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebolsterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebolsterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebolsterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebolsterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebolsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebolsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebolsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebolsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebolsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebolsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebolsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebolsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bolsteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebolsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bolsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gebolsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebolsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebolsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gebolsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gebolsterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebolsterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebolsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebolsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebolsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebolsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gebolsterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebolsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebolsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebolsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebolsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gebolsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gebolsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebolsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebolsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebolsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebolsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebolsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebolsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bolsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebolsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebolsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebolsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebolsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebolsterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bolsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebolsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van bolster met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bolsteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bolsterde | verleden tijd | bolsteren |
| bolsterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bolsteren |
| bolstere | aanvoegende wijs | bolsteren |
| bolsterend | onvoltooid deelwoord | bolsteren |
| bolsterende | woordvorm | bolsteren |
| bolstert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bolsteren |
| gebolsterd | voltooid deelwoord | bolsteren |
| gebolsterde | woordvorm | bolsteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bolsteren zijn vastgelegd.