zonnebloem
zelfstandig naamwoord ˈzɔnəˌblumBetekenis
- een tot 3 meter hoge plant met een grote gele bloem
Hoe spreek je zonnebloem uit?
/ˈzɔnəˌblum/
Zonnebloem bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ə | de |
| b | bak |
| l | land |
| u | boek |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- bepaald soort tot 3 meter hoge plant met een grote gele bloem, Helianthus annuus
- benaming voor planten uit het geslacht Heliantus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zonnebloemen | meervoud |
| zonnebloempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zonnebloempjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zon zn en bloem zn met het invoegsel -e- en medeklinkerverdubbeling (spellingregel 2.B), geschreven zonder tussen-n (spellingregel 8.E); in de betekenis van ‘plant’ aangetroffen vanaf 1581
Woordfamilie van zonnebloem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zonnebloemen | meervoud | zonnebloem |
| zonnebloempje | verkleinwoord | zonnebloem |
| zonnebloempjes | verkleinwoord meervoud | zonnebloem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zonnebloem zijn vastgelegd.