bloemkool
zelfstandig naamwoord ˈblumkolBetekenis
- een kool met vlezige bleekgele bloemstengels die als groente gegeten wordt
Hoe spreek je bloemkool uit?
/ˈblumkol/
Bloemkool bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| u | boek |
| m | maan |
| k | kat |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Brassica oleracea var. botrytis een kool met vlezige bleekgele bloemstengels die als groente gegeten wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bloemkolen | meervoud |
| bloemkooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bloemkooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘koolsoort, groente’ voor het eerst aangetroffen in 1567
Woordfamilie van bloemkool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bloemkolen | meervoud | bloemkool |
| bloemkooltje | verkleinwoord | bloemkool |
| bloemkooltjes | verkleinwoord meervoud | bloemkool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bloemkool zijn vastgelegd.