bloembodem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het al of niet verbrede eind van de bloemsteel of stengel waarop alle delen van de bloem staan ingeplant
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bloembodempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bloembodempjes | verkleinwoord, meervoud |
| bloembodems | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bloem en bodem
Woordfamilie van bloembodem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bloembodempje | verkleinwoord | bloembodem |
| bloembodempjes | verkleinwoord meervoud | bloembodem |
| bloembodems | meervoud | bloembodem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bloembodem zijn vastgelegd.