blinddoek
zelfstandig naamwoord, werkwoord 'blɪndukBetekenis
- over de ogen gebonden reep ondoorzichtige stof om het zien te verhinderen
Hoe spreek je blinddoek uit?
/ˈblɪnduk/
Blinddoek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blinddoeken | meervoud |
| blinddoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blinddoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blinddoeken
- gebiedende wijs van blinddoeken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blinddoeken
Vervoeging van blinddoek
blinddoekhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van blind en doek
Woordfamilie van blinddoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blinddoekje | verkleinwoord | blinddoek |
| blinddoekjes | verkleinwoord meervoud | blinddoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blinddoek zijn vastgelegd.