Naar de inhoud

bijspringen

iemand financieel uit de problemen halen

bijspringen

werkwoord ˈbɛisprɪŋə(n)

Betekenis

  1. iemand financieel uit de problemen halen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je bijspringen uit?

/ˈbɛisprɪŋən/

Bijspringen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɛisprɪŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɛi trein
s sok
p pak
r rood
ɪ pit
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bijspringen

bijspringenhele werkwoord — sprong bijverleden tijd enkelvoud — sprongen bijverleden tijd meervoud — bijgesprongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spring bij sprong bij
jij springt bij sprong bij
hij, zij, het springt bij sprong bij
wij springen bij sprongen bij
jullie springen bij sprongen bij
zij springen bij sprongen bij
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bij te springen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen springen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal springen bijzin, toekomende tijd
bij zou springen bijzin, voorwaardelijk
bij zouden springen bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt springen bijzin, voorwaardelijk
bij zullen springen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen springen bijzin, toekomende tijd
bij zult springen bijzin, toekomende tijd
bijgesprongen verleden tijd, deelwoord
bijgesprongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgesprongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijspring bijzin, tegenwoordige tijd
bijspringend onvoltooid, deelwoord
bijspringt bijzin, tegenwoordige tijd
bijsprong bijzin, verleden tijd
bijsprongen bijzin, verleden tijd
er is bijgesprongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgesprongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgesprongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgesprongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgesprongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgesprongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgesprongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgesprongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgesprongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgesprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgesprongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgesprongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgesprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgesprongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgesprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgesprongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spring bij gebiedende wijs
sprong bij verleden tijd
te hebben bijgesprongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijspringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bijgesprongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgesprongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgesprongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijspringen bijzin, toekomende tijd
zou bijgesprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgesprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgesprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijspringen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijspringen bij zou(dt) springen bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgesprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgesprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgesprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijspringen bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgesprongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijspringen bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgesprongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgesprongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgesprongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijspringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijspringen bijzin, toekomende tijd
zult bijgesprongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bijspringen bijzin, toekomende tijd
zult/zal bijspringen bij zult/zal springen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van bij en springen

Woordfamilie van bijspringen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgesprongen voltooid deelwoord bijspringen
bijspring subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijspringen
bijspringe with-subordinate-clause bijspringen
bijspringend onvoltooid deelwoord bijspringen
bijspringende woordvorm bijspringen
bijspringt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijspringen
bijsprong subordinate-clause, verleden tijd bijspringen
bijsprongen subordinate-clause, verleden tijd bijspringen
spring bij gebiedende wijs bijspringen
springe bij woordvorm bijspringen
springen bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijspringen
springt bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijspringen
sprong bij verleden tijd bijspringen
sprongen bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijspringen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijspringen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijspringen

Hoe spreek ik bijspringen uit?
Zo spreek je bijspringen uit: /ˈbɛisprɪŋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van bijspringen?
Bijspringen is een werkwoord. De betekenis is: iemand financieel uit de problemen halen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bijspringen?
Zo vervoeg je bijspringen zo: het voltooid deelwoord is bijgesprongen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijspringen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. S 2
  5. P 3
  6. R 2
  7. I 1
  8. N 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijspringen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. S 2
  5. P 4
  6. R 2
  7. I 2
  8. N 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijspringen in het kort

bijspringen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bijspringen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bijspringen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bijspringen: iemand financieel uit de problemen halen
Deel bijspringen — standaardnederlands.nl