bijstaan
werkwoord ˈbɛistanBetekenis
- emotioneel ondersteunen
- een helpende hand bieden
- het staat me bij dat ...: ik herinner me (vaag) dat ...
Hoe spreek je bijstaan uit?
/ˈbɛistan/
Bijstaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bijstaan
bijstaanhele werkwoord — stond bijverleden tijd enkelvoud — stonden bijverleden tijd meervoud — bijgestaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sta bij | stond bij |
| jij | staat bij | stond bij |
| hij, zij, het | staat bij | stond bij |
| wij | staan bij | stonden bij |
| jullie | staan bij | stonden bij |
| zij | staan bij | stonden bij |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bij te staan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal staan | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou staan | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden staan | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt staan | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen staan | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult staan | bijzin, toekomende tijd |
| bijgestaan | verleden tijd, deelwoord |
| bijgestaan te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgestaan te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgestaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgestaan te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgestaan te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgestaan worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgestaan zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgestaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgestaan zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgestaan zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijsta | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijstaand | onvoltooid, deelwoord |
| bijstaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijstond | bijzin, verleden tijd |
| bijstonden | bijzin, verleden tijd |
| er is bijgestaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijgestaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijgestaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijgestaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijgestaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijgestaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijgestaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijgestaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bijgestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bijgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bijgestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bijgestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bijgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bijgestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bijgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sta bij | gebiedende wijs |
| stond bij | verleden tijd |
| te hebben bijgestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bijgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bijgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bijgestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bijgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bijgestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bijgestaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bijgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bijgestaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgestaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bijgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bijgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgestaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgestaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgestaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bijstaan bij zou(dt) staan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgestaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgestaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgestaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgestaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bijgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijgestaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgestaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgestaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgestaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bij bw en staan ww
Woordfamilie van bijstaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgestaan | voltooid deelwoord | bijstaan |
| bijgestane | woordvorm | bijstaan |
| bijsta | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijstaan |
| bijstaand | onvoltooid deelwoord | bijstaan |
| bijstaande | woordvorm | bijstaan |
| bijstaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijstaan |
| bijstond | subordinate-clause, verleden tijd | bijstaan |
| bijstonden | subordinate-clause, verleden tijd | bijstaan |
| sta bij | gebiedende wijs | bijstaan |
| staan bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijstaan |
| staat bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bijstaan |
| stond bij | verleden tijd | bijstaan |
| stonden bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijstaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijstaan zijn vastgelegd.