Naar de inhoud

bijeenbrengen

bij elkaar brengen

bijeenbrengen

werkwoord /bɛi'embrɛŋə(n)/

Betekenis

  1. bij elkaar brengen

Hoe spreek je bijeenbrengen uit?

/bɛiˈembrɛŋən/

Bijeenbrengen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bɛiˈembrɛŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɛi trein
e veel
m maan
r rood
ɛ bed
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bijeenbrengen

bijeenbrengenhele werkwoord — bracht bijeenverleden tijd enkelvoud — brachten bijeenverleden tijd meervoud — bijeengebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng bijeen bracht bijeen
jij brengt bijeen bracht bijeen
hij, zij, het brengt bijeen bracht bijeen
wij brengen bijeen brachten bijeen
jullie brengen bijeen brachten bijeen
zij brengen bijeen brachten bijeen
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bijeen te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijeen te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijeen zal brengen bijzin, toekomende tijd
bijeen zou brengen bijzin, voorwaardelijk
bijeen zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
bijeen zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
bijeen zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijeen zullen brengen bijzin, toekomende tijd
bijeen zult brengen bijzin, toekomende tijd
bijeenbracht bijzin, verleden tijd
bijeenbrachten bijzin, verleden tijd
bijeenbreng bijzin, tegenwoordige tijd
bijeenbrengend onvoltooid, deelwoord
bijeenbrengt bijzin, tegenwoordige tijd
bijeengebracht verleden tijd, deelwoord
bijeengebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijeengebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijeengebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijeengebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijeengebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijeengebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijeengebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijeengebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijeengebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijeengebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bracht bijeen verleden tijd
breng bijeen gebiedende wijs
er is bijeengebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijeengebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijeengebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijeengebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijeengebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijeengebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijeengebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijeengebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijeengebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijeengebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijeengebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijeengebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijeengebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben bijeengebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijeenbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijeengebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijeengebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijeengebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijeengebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijeenbrengen bijzin, toekomende tijd
zal bijeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijeenbrengen bijzin, voorwaardelijk
zou bijeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) bijeenbrengen bijeen zou(dt) brengen bijzin, voorwaardelijk
zouden bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijeenbrengen bijzin, voorwaardelijk
zouden bijeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijeenbrengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bijeenbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijeenbrengen bijzin, toekomende tijd
zullen bijeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bijeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bijeen en brengen

Woordfamilie van bijeenbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijeenbracht subordinate-clause, verleden tijd bijeenbrengen
bijeenbrachten subordinate-clause, verleden tijd bijeenbrengen
bijeenbreng subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijeenbrengen
bijeenbrenge with-subordinate-clause bijeenbrengen
bijeenbrengend onvoltooid deelwoord bijeenbrengen
bijeenbrengende woordvorm bijeenbrengen
bijeenbrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijeenbrengen
bijeengebracht voltooid deelwoord bijeenbrengen
bijeengebrachte woordvorm bijeenbrengen
bracht bijeen verleden tijd bijeenbrengen
brachten bijeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijeenbrengen
breng bijeen gebiedende wijs bijeenbrengen
brenge bijeen woordvorm bijeenbrengen
brengen bijeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijeenbrengen
brengt bijeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijeenbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijeenbrengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijeenbrengen

Hoe spreek je bijeenbrengen uit?
De uitspraak van bijeenbrengen is: /bɛi'embrɛŋə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bijeenbrengen?
Bijeenbrengen is een werkwoord. Het woord betekent: bij elkaar brengen.
Hoe vervoeg je bijeenbrengen?
Je vervoegt bijeenbrengen als volgt: het voltooid deelwoord is bijeengebracht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijeenbrengen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. B 3
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijeenbrengen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. B 4
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijeenbrengen in het kort

bijeenbrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bijeenbrengen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijeenbrengen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijeenbrengen: bij elkaar brengen
Deel bijeenbrengen — standaardnederlands.nl