bijeendrijven
werkwoordBetekenis
- komen samendrijven
- tot een groep of geheel samendrijven
Vervoeging van bijeendrijven
bijeendrijvenhele werkwoord — dreef bijeenverleden tijd enkelvoud — dreven bijeenverleden tijd meervoud — bijeengedrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drijf bijeen | dreef bijeen |
| jij | drijft bijeen | dreef bijeen |
| hij, zij, het | drijft bijeen | dreef bijeen |
| wij | drijven bijeen | dreven bijeen |
| jullie | drijven bijeen | dreven bijeen |
| zij | drijven bijeen | dreven bijeen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bijeen te drijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijeen te zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijeen zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
| bijeen zou drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| bijeen zouden drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| bijeen zoudt drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| bijeen zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijeen zullen drijven | bijzin, toekomende tijd |
| bijeen zult drijven | bijzin, toekomende tijd |
| bijeendreef | bijzin, verleden tijd |
| bijeendreven | bijzin, verleden tijd |
| bijeendrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijeendrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijeendrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| bijeengedreven | verleden tijd, deelwoord |
| bijeengedreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijeengedreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijeengedreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijeengedreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijeengedreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijeengedreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijeengedreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijeengedreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijeengedreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijeengedreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dreef bijeen | verleden tijd |
| drijf bijeen | gebiedende wijs |
| er is bijeengedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijeengedreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijeengedreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijeengedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijeengedreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijeengedreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijeengedreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijeengedreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijeengedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben bijeengedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijeendrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bijeengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bijeengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijeendrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal bijeengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijeengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijeengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bijeengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijeengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bijeengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijeendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou bijeengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijeengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijeengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijeengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijeengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijeengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) bijeendrijven bijeen zou(dt) drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijeendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijeengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijeengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijeengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijeengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijeengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijeengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijeendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijeengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijeengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bijeendrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijeendrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen bijeengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijeengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijeengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijeengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijeengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijeengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijeengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bijeendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bijeen en drijven
Woordfamilie van bijeendrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijeendreef | subordinate-clause, verleden tijd | bijeendrijven |
| bijeendreven | subordinate-clause, verleden tijd | bijeendrijven |
| bijeendrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijeendrijven |
| bijeendrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijeendrijven |
| bijeendrijve | with-subordinate-clause | bijeendrijven |
| bijeendrijvend | onvoltooid deelwoord | bijeendrijven |
| bijeendrijvende | woordvorm | bijeendrijven |
| bijeengedreven | voltooid deelwoord | bijeendrijven |
| dreef bijeen | verleden tijd | bijeendrijven |
| dreven bijeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijeendrijven |
| drijf bijeen | gebiedende wijs | bijeendrijven |
| drijft bijeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bijeendrijven |
| drijve bijeen | woordvorm | bijeendrijven |
| drijven bijeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijeendrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijeendrijven zijn vastgelegd.