bies
zelfstandig naamwoord /bis/Betekenis
- een smal boordsel op een kledingstuk, smalle strook stof aan de rand van een kledingstuk
- een dun en hooggroeiend oevergewas uit de familie van de Cyperaceeën
- een steel van de bies
- een smalle en rechte versieringslijn
- totdat
- duivel
Hoe spreek je bies uit?
/bis/
Bies bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| s | sok |
Klinkt hetzelfde als bis.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een geslacht Schoenoplectus uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). De soorten uit dit geslacht hebben een kosmopolitisch verspreidingsgebied en komen dus bijna overal ter wereld voor
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| biesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| biesjes | verkleinwoord, meervoud |
| biezen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 972
Woordfamilie van bies
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| biesje | verkleinwoord | bies |
| biesjes | verkleinwoord meervoud | bies |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bies zijn vastgelegd.